Curso Superior Holandés Nivel Básico (nivel Oficial Consejo Europeo A1-a2)

Curso Superior Holandés Nivel Básico (nivel Oficial Consejo Europeo A1-a2)

  • Precio oferta
    180
Solicita información

Curso Superior Holandés Nivel Básico (nivel Oficial Consejo Europeo A1-a2)

0
Mejora tu formación con el curso: Curso Superior Holandés Nivel Básico (nivel Oficial Consejo Europeo A1-a2)
  • Inicio / Fin Matrícula abierta
  • Duración Consultar con Euroinnova
  • Formato A Distancia
  • Método Curso
  • País
    España
  • Provincia
    Todas
  • Idioma
    Español

Dirigido a: Profesionales, estudiantes, desempleados o cualquier persona interesada en formarse en el aprendizaje del holandes, el cual lo hablan más de 5 millones de personas en el mundo.

Requisitos: Residentes en España

Para qué te prepara: Obtendrás el título oficial del consejo europeo: A1-A2.Permite adquirir las bases de vocabulario y de gramática y abordar el idioma en contexto con textos y diálogos.Se privilegia un enfoque comunicativo, cuyo objetivo es enseñar al alumno a comunicarse en otro idioma y a entender y producir "sentido".Los textos y los diálogos facilitan al alumno la inmersión en el idioma y sirven de soporte para el aprendizaje de las estructuras y del léxico de base, esenciales para poner en práctica el idioma.

Certificado: Doble Titulación Expedida por Euroinnova Business School y Avalada por el Instituto Europeo de Estudios Empresariales


Solicitar información
  • Precio oferta
    180
  • Rellena el formulario para que el centro pueda informarte

    Los campos marcados con * son obligatorios

    * Nombre:
    * Apellido 1: * Apellido 2:
    * País: * Provincia:
    * Población: * C.P.:
    * Dirección:
    * Email: * Teléfono:
    Solicitar información
    Quiero recibir información sobre cursos similares.

    *Al pulsar "Solicitar información" aceptas las condiciones de utilización y la política de protección de datos. A su vez, autorizas EXPRESAMENTE a HispaVista, S.L. a enviar tus datos al centro que imparte el curso por el cual te has interesado.

    Contenido del curso Curso Superior Holandés Nivel Básico (nivel Oficial Consejo Europeo A1-a2)

    MÓDULO 1. LECCIONES DEL CURSO.

    TEMA 1. MI FAMILIA.

    TEMA 2. DESCRIBIRSE.

    TEMA 3. CONTAR Y JUGAR.

    TEMA 4. DÍAS Y MESES.

    TEMA 5. COSAS Y ANIMALES.

    TEMA 6. JOVEN, VIEJO, CALIENTE, FRÍO.

    TEMA 7. EN HOLANDA.

    TEMA 8. FIESTA DE BIENVENIDA.

    TEMA 9. EN AMSTERDAM.

    TEMA 10. LA RUTA..

    TEMA 11. DESAYUNO.

    TEMA 12. CAFÉ O TÉ.

    MÓDULO 2. CONTENIDOS TEÓRICOS.

    1. Het werkwoord \'zijn\'
    2. Het werkwoord \'hebben\'
    3. De directe vraagzin
    4. Het bijvoeglijk naamwoord (gebruik en plaats)
    5. De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord
    6. De gebiedende wijs
    7. Het onbepaald lidwoord
    8. Zelfstandige naamwoorden
    9. Het modale hulpwerkwoord \'kunnen\'
    10. Het bepaald lidwoord
    11. Hoofd- en rangtelwoorden
    12. De ontkenning
    13. Bezittelijke voornaamwoorden
    14. Bijvoeglijk gebruik van bezittelijke voornaamwoorden
    15. Vragende bijwoorden
    16. Tijd en data
    17. De stellende trap bij een vergelijking
    18. De vergrotende trap bij een vergelijking
    19. Meervoudsvorming
    20. De spellingherziening
    21. Voorzetsels van plaats
    22. Het werkwoord \'houden van\'
    23. De constructie met \'van\'
    24. Verzelfstandiging van bijvoeglijke naamwoorden
    25. Het gebruik van hoofdletters
    26. De onvoltooid tegenwoordige tijd
    27. De voltooid tegenwoordige tijd
    28. Vragende voornaamwoorden
    29. Bijvoeglijk gebruik van vragende voornaamwoorden
    30. Wederkerige werkwoorden
    31. De persoonlijke voornaamwoorden
    32. De overtreffende trap bij een vergelijking
    33. Leeftijd
    34. Het gebruik van \'hen\' en \'hun\'
    35. Wederkerende werkwoorden
    36. Meervoudsvorming (onregelmatig)
    37. Aanwijzende voornaamwoorden
    38. Bijvoeglijk gebruik van aanwijzende voornaamwoorden
    39. Het modale hulpwerkwoord \'zullen\'
    40. De vorming van het voltooid deelwoord
    41. De voltooid verleden tijd
    42. Het gebruik van naamvallen
    43. Het modale hulpwerkwoord \'willen\'
    44. Het modale hulpwerkwoord \'mogen\'
    45. Het modale hulpwerkwoord \'moeten\'
    46. Nevenschikkende voegwoorden
    47. De onbepaalde wijs
    48. Samengestelde bijvoeglijke naamwoorden
    49. Zwakke werkwoorden
    50. Sterke werkwoorden
    51. Onregelmatige werkwoorden
    52. Werkwoorden met een onscheidbaar partikel
    53. Werkwoorden met een scheidbaar partikel
    54. Het verbindingsstreepje
    55. Woordvolgorde in een hoofdzin
    56. Woordvolgorde in een bijzin
    57. Het gebruik van \'zo\'n\' en \'zulk\'
    58. Het gebruik van de apostrof
    59. Tussenwerpsels
    60. Samentrekkingen
    61. Werkwoorden met een vast voorzetsel
    62. Betrekkelijke voornaamwoorden
    63. Uitheemse woorden
    64. De aanvoegende wijs
    65. De lijdende zinsvorm
    66. De tussenletter n
    67. Voorzetseluitdrukkingen
    68. De bijwoorden \'al\', \'nog\' en \'pas\'
    69. Het werkwoord \'laten\'
    70. Het gebruik van de komma
    71. Het gebruik van \'er\'
    72. Voornaamwoordelijke bijwoorden
    73. Het werkwoord \'worden\'
    74. De onvoltooid verleden tijd
    75. De vervoeging van \'hebben\' en \'zijn\' (o.v.t.)
    76. Het werkwoord \'doen\'
    77. Gebruik van het trema
    78. Het beklemtonen van klinkers
    79. Onderschikkende voegwoorden
    80. Onpersoonlijke werkwoorden
    81. Onbepaalde voornaamwoorden
    82. Bijvoeglijk gebruik van onbepaalde voornaamwoorden
    83. Achterzetsels
    84. De onvoltooid verleden toekomende tijd
    85. De voltooid verleden toekomende tijd
    86. Het gebruik van \'te\'
    87. Onbepaalde hoofdtelwoorden
    88. Geld
    89. Verkleinwoorden
    90. Het tegenwoordig deelwoord
    91. Duratieve constructies
    92. De toekomende tijd met \'gaan\'
    93. De tussenletter s
    94. Verkleinwoorden (gebruik)
    95. De werkwoorden \'liggen\', \'staan\' en \'zitten\'
    96. De buigings-s

    MÓDULO 3. CONTENIDOS PRÁCTICOS. ACTIVIDADES PARA LA PRÁCTICA DE LOS CONOCIMIENTOS.

    TEMA 1. DIÁLOGO.

    TEMA 2. PRONUNCIACIÓN/FONÉTICA.

    1. Pronunciación de frases.
    2. Pronunciación de palabras.
    3. Ejercicio de fonética.

    TEMA 3. VÍDEO Y CUESTIONARIO.

    TEMA 4. EJERCICIOS.

    TEMA 5. EVALUACIÓN DEL APRENDIZAJE.

    TEMA 6. EXPLICACIONES GRAMATICALES.

    TEMA 7. HERRAMIENTA DE CONJUGACIÓN.

    TEMA 8. LÉXICO.

    TEMA 9. FICHAS CULTURALES.

    Solicita información

    Redes sociales
    Quiénes somos Trabaja con nosotros
    Contáctanos Ayuda
    Información Aviso legal
    Condiciones de uso Política de cookies